Huishoudelijk reglement

 Download de pdf >>>

Art. 1 Begripsbepalingen
In dit huishoudelijke reglement wordt verstaan onder:
1.a Een Z.N.G.F. vereniging: een vereniging of stichting aan welke het lidmaatschap
van de Z.N.G.F. is toegekend.
1.b Een aangeslotene: Een natuurlijk persoon die lid is van een aangeslotene bij een
Z.N.G.F. vereniging. Voor de toepassing van de bepalingen van dit reglement
worden persoonlijke leden met aangeslotenen gelijk gesteld, tenzij uitdrukkelijk
anders is bepaald of wordt bedoeld.
1.c Het wedstrijdseizoen: De aaneengesloten perioden van 1 augustus tot en met
31 juli.

Art. 2 Geldigheid van bepalingen
De bepalingen opgenomen in dit reglement zijn geldig nadat de federatie
vergadering daartoe met meerderheid van stemmen heeft besloten.

Art. 3 Officiële Z.N.G.F. mededelingen
3.1 Officiële Z.N.G.F. mededelingen zijn schriftelijke mededelingen door of namens
het hoofdbestuur gedaan, die ter kennis van de eventuele Districten, de leden
en/of de aangeslotenen worden gebracht en daarvoor worden opgenomen in:
3.1a Circulaires, brieven of publicaties in tenminste 2 landelijke dagbladen.
3.1b In uitgegeven of uit te geven reglementen en de daarop uitgegeven of uit te
geven wijzigingen.
3.2 Een op de wijze als in lid 1 sub a, b of c bekendgemaakte officiële Z.N.G.F.
mededeling wordt niet herhaald, tenzij het hoofdbestuur anders besluit.
3.3 Een officiële Z.N.G.F. mededeling wordt geacht ter kennis van alle betrokkene te
zijn gekomen op de 2e dag volgend op de dag van publicatie of de ter
postbezorging daarvan.
3.4 De officiële Z.N.G.F. mededelingen worden gratis verstrekt aan de leden van het
hoofdbestuur, de adviescommissie van het hoofdbestuur, alsmede aan de
daarvoor door het hoofdbestuur aangewezen natuurlijke rechtspersonen.
3.5 In de officiële Z.N.G.F. mededelingen worden officiële mededelingen van de
Districten of leden opgenomen, tenzij het hoofdbestuur per geval anders besluit.

Art. 4 Reglementen van de Z.N.G.F.
4.1 Door of namens de Z.N.G.F. worden statuten, het huishoudelijke reglement en de
reglementen op het gebied van het wedstrijdwezen uitgegeven.
4.2 Deze statuten en reglementen worden gratis verstrekt aan de in art. 3 lid 4
genoemde natuurlijke of rechtspersonen.
4.3 De leden zijn verplicht tenminste 1 exemplaar van de in lid 1 genoemde
reglementen op het gebied van het wedstrijdwezen en de daarop uitgegeven en
uit te geven wijzigingsbladen aan te schaffen, tegen betaling van het daarvoor
door het hoofdbestuur bekendgemaakte bedrag.
4.4 Een beroep op het niet bekend zijn met de inhoud van de statuten en reglementen
van de Z.N.G.F., alsmede met de daarop betrekking hebbende officiële Z.N.G.F.
mededelingen onder meer doordat betrokkene deze reglementen niet in zijn bezit
had, is niet ontvankelijk, ad 3. Daarentegen is de aanschaf van de statuten en het
huishoudelijk reglement niet verplicht. De leden of de aangeslotenen hebben wel
het recht deze tegen een door het hoofdbestuur bekendgemaakte prijs via het
hoofdbestuur aan te schaffen.

Art. 5 Lidmaatschap
Toekenning van het lidmaatschap van een vereniging:
5.1 Een vereniging die het lidmaatschap van de Z.N.G.F. wenst te verkrijgen, dient
daartoe een verzoek bij het hoofdbestuur in te dienen. Dit dient te geschieden op
daarvoor door het hoofdbestuur ter beschikking gestelde formulieren.
5.2 Het in lid 1 bedoelde verzoek dient te worden gezonden naar het Z.N.G.F.
bestuur.
5.3 Redenen om een verzoek om toekenning van het lidmaatschap niet toe te kennen
zijn de volgende:
5.3a De verzoekende vereniging voldoet niet aan de eisen die de statuten of
reglementen van de Z.N.G.F. stellen, of als de statuten en/of reglementen van de
verzoekende vereniging in strijd zijn met de statuten of reglementen van de
Z.N.G.F.
5.3b Het clublokaal van de vereniging, de exploitant daarvan, of het door de vereniging
te gebruiken speelmateriaal niet voldoet aan de door de Z.N.G.F. gestelde eisen.
5.3c Uit maatschappelijk of zedelijk oogpunt bestaan tegen het toekennen van het
lidmaatschap gegronde bezwaren.
5.3d De verzoekende vereniging draagt een naam die zodanig met de naam van een
andere Z.N.G.F. vereniging overeenkomt, dat daardoor misverstanden kunnen
ontstaan, dan wel die de naam, het aanzien van de Z.N.G.F. kan schaden.
5.3e De vereniging heeft het lidmaatschap toegekend aan personen die wegens het
niet volledig nakomen van hun financiële verplichtingen door een andere Z.N.G>F.
vereniging als lid zijn geroyeerd, of wanneer de vereniging voor 1/3 of meer
bestaat uit personen die afkomstig zijn van een vereniging die wegens het niet
volledig nakomen van haar financiële verplichtingen door de Z.N.G.F. het
lidmaatschap is ontzegd, één en ander voor zover alle schulden niet zijn
vereffend.
5.4 Het hoofdbestuur is gehouden het in lid 3. bedoelde advies op te volgen.
5.5 Indien ingevolge het bepaalde in art. 5 lid 4 van de statuten van de Z.N.G.F.,
beroep wordt aangetekend tegen het niet toekennen van het lidmaatschap van de
Z.N.G.F., dan neemt de Bondsvergadering een beslissing nadat zij van de
motieven van het desbetreffende Districtsbestuur kennis heeft kunnen nemen.

Art. 6 Administratieve handelingen bij het toekennen van het
lidmaatschap.
6.1 Een vereniging die het lidmaatschap wordt toegekend, ontvangt een lidnummer,
haar leden ieder een bondsnummer.
6.2 Voor iedere aangeslotene wordt een identiteitskaart verstrekt die via het in
aanmerking komende districtsbestuur wordt uitgereikt. Deze kaart dient te
worden getoond, als dat door het hoofdbestuur of het districtsbestuur wordt
voorgeschreven. Elk districtsbestuur bepaalt zelf of de identiteitskaart wel of niet
van een foto van de houder dient te worden voorzien. Indien dat is bepaald, dient
dat districtsbestuur voor het aanbrengen van de foto te zorgen.
6.3 Van het toekennen van het lidmaatschap aan een vereniging ontvangen die
vereniging, het bestuur van het district waarbij zij is ingedeeld, bericht onder
gelijktijdige verzending van het exemplaar van de ledenlijst van het nieuwe lid.
Van deze toekenning doet het betrokken districtsbestuur mededeling aan de
andere leden van het district.

Art. 7 Einde van het lidmaatschap
7.1 Het lidmaatschap wordt opgezegd of ontzegd zoals in art. 10 van de statuten van
de Z.N.G.F. is geregeld.
7.2 Het beëindigen van het lidmaatschap van een vereniging of stichting, wordt door
het betrokken districtsbestuur in een officiële districtsmededeling bekend
gemaakt.

Art. 8 Opgeven van gegevens voor het verenigingen- en
ledenbestand.
8.1 Elke Z.N.G.F. vereniging is gebonden de personalia van al haar leden aan het
hoofdbestuur op te geven, ook als deze leden niet aan het wedstrijdwezen van de
Z.N.G.F. of het district deelnemen.
8.2 Is een aangeslotene gelijktijdig lid van 2 of meer Z.N.G.F. verenigingen, dan
dienen deze verenigingen te handelen alsof die aangeslotene lid is alleen van hun
vereniging.
8.3 Alle mutaties in het verenigingen of ledenbestand dienen direct, in elk geval
binnen 14 dagen na het bekent worden daarvan, aan het hoofdbestuur te worden
opgegeven.
8.4 Het opnemen in- en afvoeren van gegevens uit de ledenadministratie van de
Z.N.G.F. wordt geacht te zijn geschied op de 1e dag van de maand, volgende op
die waarin de desbetreffende mutatie ter kennis van het hoofdbestuur is gebracht.

Art. 9 Overige bepalingen.
9.1 Bestuursleden van een lid dienen als aangeslotene te zijn opgegeven. Geschiedt
dat niet dan worden bestuursleden ambtshalve door het hoofdbestuur als
aangeslotene aan het ledenbestand toegevoegd.
9.2 Het opnemen van de personalia van de aangeslotenen in de ledenadministratie
van de Z.N.G.F. houdt niet in dat deze tot het deelnemen aan het wedstrijdwezen
van de Z.N.G.F. kan worden verplicht.
9.3 Een aangeslotene wordt als zodanig beschouwd, als uit de toegezonden ledenlijst
blijkt dat diens personalia in de ledenadministratie van de Z.N.G.F. zijn
opgenomen, dan wel op een andere wijze het hoofdbestuur heeft laten weten dat
zulks het geval is. Eerst dan heeft de betrokkenen aangeslotene het recht deel te
nemen aan het wedstrijdwezen van de Z.N.G.F.. Het opnemen van personalia van
een aangeslotenen geeft nimmer met terugwerkende kracht recht op deelnemen
aan het officiële wedstrijdwezen van de Z.N.G.F..

Art. 10 Financiën
Begripsbepalingen, hieronder wordt verstaan:
10a Bondscontributie: Het bedrag dat elke Z.N.G.F. vereniging in het in aanmerking
komende kalenderjaar aan de Z.N.G.F. dient te betalen.
10b Administratiekosten: Kosten die het hoofbestuur in rekening brengt bij het
innen of terugbetalen van bedragen van/aan leden en/of hun aangeslotenen.
10c Administratie heffing: Een bedrag dat een lid in rekening wordt gebracht als het
een bij dat lid aangeslotenen een in dit reglement of in de reglementen op het
gebied van het wedstrijdwezen opgenomen bepalingen niet naleeft, mits in de
onderhevige bepalingen is opgenomen dat een administratieve heffing mag
worden opgelegd.
10d Boete: Een bedrag dat een lid of een bij dit lid aangeslotene in rekening wordt
gebracht als het in dit reglement of in de reglementen op het gebied van het
wedstrijdwezen opgenomen bepalingen niet naleeft, mits in de onderhevige
bepalingen is opgenomen dat dan een boete mag worden opgelegd.
10e Penningmeester: De door het hoofdbestuur als zodanig gekozen bestuurder.

Art. 11 Vorderingen op de Z.N.G.F.
11.1 Leden of aangeslotenen die een vordering op de Z.N.G.F. hebben, dienen deze in
het desbetreffende kalenderjaar zo spoedig mogelijk bij de penningmeester in te
dienen.
11.2 Een vordering die later dan 1 maand na het verstrijken van het kalenderjaar
waarin de vordering ontstond, wordt ingediend, komt niet meer voor een betaling
ten laste van de bondskas is aanmerking.
11.3 Bij elke ingediende vordering dienen de daarop betrekking hebbende
betaalbewijzen te worden meegezonden, eventueel dienen deze vorderingen te
worden ingediend met een formulier dat het hoofdbestuur voor dit doel te
beschikking stelt.
11.4 Moet, ter voldoening van een vordering, een betaling anders dan op een bank- of
girorekening geschieden dan worden, ter dekking van de daardoor extra te
veroorzaken betalingskosten, gelijk een ¼ van de bondscontributie in rekening
gebracht. Moet buiten de schuld van de Z.N.G.F. een betaling met spoed worden
uitgevoerd, dan worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.
11.5 In de door het hoofdbestuur uitgegeven declaratieregeling is aangegeven welke
regelmatig voorkomende uitgave ten laste van de bondskas mogen worden
gedaan, eventueel welke maxima daaraan verbonden zijn. Niet naleven van de in
deze regeling opgenomen bepalingen, dan wel het doen van uitgaven waarvoor
geen toestemming door het hoofdbestuur is verleend, heeft tot gevolg dat
gemaakte kosten niet of slechts voor een deel ten laste van de bondskas zullen
komen.

Art. 12 Schulden aan de Z.N.G.F.
12.1 Elke Z.N.G.F. vereniging is verantwoordelijk voor de betalingen voor haar zelf en
door al haar aangeslotenen indien deze de Z.N.G.F. een bedrag schuldig zijn.
12.2 Een aan de Z.N.G.F. verschuldigd bedrag dient, tenzij dat uitdrukkelijk anders
door het hoofdbestuur is bekend gemaakt, binnen 14 dagen na het ontstaan van
de schuld, dan wel binnen 14 dagen nadat de mededeling dat aan de Z.N.G.F. een
bedrag dient te worden betaald per post is bezorgd, aan de penningmeester te
zijn afgedragen.
12.3 Niet voldoen aan het bepaalde in lid 2 heeft tot gevolg dat het te betalen bedrag
wordt verhoogd met een administratieve heffing die gelijk is aan eenmaal de
bondscontributie.
12.4 Is vastgesteld dat een bedrag niet op tijd is voldaan, dan zendt de
penningmeester een betalingsherinnering, waarbij tevens wordt medegedeeld dat
de in lid 3 genoemde heffing is opgelegd. Tevens wordt medegedeeld dat een
tweede betalingstermijn, in dit geval eveneens van 14 dagen, is vastgesteld. Deze
betalingstermijn geldt zowel voor het in eerste instantie te betalen bedrag, als
voor de administratieve heffing.
12.5 Geschiedt, ondanks het toezenden van de betalingsherinnering als bedoeld in lid
4, de betaling niet, of slechts een deel van het totaal te betalen bedrag wordt
voldaan, dan wordt de opzeggingsprocedure op gang gebracht, als in art. 17
nader omschreven.
12.6 Van de in lid 4 genoemde betalingstermijn mag alleen worden afgeweken, als dat
door het hoofdbestuur per geval is overeengekomen.

Art. 13 Door de Z.N.G.F. terug te betalen bedragen
13.1 Moet de penningmeester een District, lid of aangeslotene een bedrag terug
betalen, omdat aan de Z.N.G.F. buiten zijn schuld ten onrechte werd betaald dan
wel een te hoog bedrag werd overgemaakt, dan worden bij de terugbetaling
administratiekosten gelijk aan ¼ van de bondscontributie in rekening gebracht.
13.2 Een terugbetaling geschiedt binnen 14 dagen nadat daartoe een verzoek door de
penningmeester is ontvangen, dan wel de verkeerde betaling ambtshalve is
vastgesteld. Het bepaalde in art. 11 lid 1 en 2 is hierbij van toepassing.
13.3 Terugbetaling van bedragen die lager zijn dan ¼ van de bondscontributie wordt
niet gedaan. Is het terug te betalen bedrag hoger dan ¼ maar lager dan één maal
de bondscontributie, dan kan de terugbetaling geschieden door het toezenden van
postzegels met een totale waarde van het terug te betalen bedrag, verminderd
met de administratiekosten als bedoeld in lid 1.
13.4 Verrekening van een ten onrechte gedane betaling met later nog te verrichte
betalingen is alleen toegestaan, als het hoofdbestuur dat uitdrukkelijk met de
betaler is overeengekomen.

Art. 14 Te betalen bedragen, niet bondscontributie zijnde
14.1 Bij de aanvang van een nieuw kalenderjaar dient elk lid, behalve de
bondscontributie, ook te betalen:
14.1a De kosten ven de reglementen en de wijzigingsbladen daarop, als deze ingevolge
het bepaalde in art. 4 lid 3, door de leden moeten worden aangeschaft.
14.1b Eventueel andere kosten, als deze ingevolge een besluit of machtiging van de
bondsvergadering in rekening kunnen of mogen worden gebracht.
14.2 Indien bij het hoofdbestuur artikelen tegen betaling verkrijgbaar zijn, dan
geschiedt de levering van deze artikelen niet eerder, dan nadat het totaal te
betalen bedrag als door het hoofdbestuur bekendgemaakt is voldaan. Van deze
bepaling wordt alleen afgeweken, als het hoofdbestuur dat nadrukkelijk met de
besteller is overeengekomen.
14.3 Bij de toekenning van het lidmaatschap van de Z.N.G.F. wordt entreegeld in
rekening gebracht, dat ten hoogste 1 maal de bondscontributie bedraagt. Van het
heffen van entreegeld wordt afgezien, als het lidmaatschap in hetzelfde
kalenderjaar wordt toegekend aan een aantal verenigingen, met een minimum
van 5 jaar, afkomstig van eenzelfde andere Nederlandse biljartorganisatie.
14.4 Indien uit de afrekening over een kalenderjaar blijkt dat deze met een nadelig
saldo sluit, dan kan de bondsvergadering besluiten dat volgens haar vast te
stellen regels, een hoofdelijk omslag wordt opgelegd. Deze omslag kan zowel per
lid als per aangeslotene worden vastgesteld.

Art. 15 Verantwoordelijkheid voor gelden of eigendommen van de
Z.N.G.F.
15.1 Een ieder die, uit welke hoofde ook, gelden of eigendommen van de Z.N.G.F.
onder zijn berusting heeft, is hoofdelijk aansprakelijk voor een goed beheer van
deze gelden of eigendommen.
15.2 Bij het neerleggen van een functie of het beëindigen van een lidmaatschap van de
Z.N.G.F. of een Z.N.G.F. vereniging, dienen alle door de betrokkene onder zijn
beheer zijnde gelden en eigendommen aan het hoofdbestuur te worden
afgedragen of overgedragen. Het hoofdbestuur bepaalt per geval op welke wijze
en binnen welke termijn, deze termijn dient tenminste 14 dagen te bedragen, de
afdracht of overdracht dient te zijn geschied.
15.3 De afdracht of overdracht geschied tegen kwijting, waardoor de aansprakelijkheid
van de betrokkene wordt beëindigd. Dit geldt niet, als naderhand blijkt dat gelden
of eigendommen zijn achtergehouden, dan wel door het verstrekken van onjuiste
of onvolledige gegevens, een verkeerde of niet volledige afdracht of overdracht
heeft plaatsgevonden.
15.4 De kosten van de afdracht of overdracht komen ten laste van de Z.N.G.F., tenzij
deze zijn veroorzaakt door het niet voldoende meewerken van degenen die de
gelden of eigendommen van de Z.N.G.F. onder zijn beheer had. In dat geval
komen de kosten te zijne lasten.

Art. 16 Ontzegging van het lidmaatschap (royement)
16.1 Het niet of niet volledig nakomen van financiële verplichtingen is een reden om
het lidmaatschap met onmiddellijke ingang op te zeggen, als bedoeld in art. 10,
lid 2 en lid 3 sub a, laatste zin Z.N.G.F. statuten.
16.2 Wordt vastgesteld dat een betaling niet is verricht, nadat de in art. 3 lid 4,
bedoelde betalingstermijn is verstreken, dan deelt het hoofdbestuur betrokkene
het volgende mede:
16.2a Dat de betaling niet is ontvangen, onder vermelding van het niet betaalde bedrag.
16.2b Dat het lidmaatschap zal worden opgezegd, als de betaling niet alsnog binnen een
termijn van 8 dagen wordt gedaan. De laatste dag van deze termijn, zijnde de dag
waarop het lidmaatschap zal worden beëindigd wordt daarbij exact aangegeven.
16.3 Is de betaling desondanks niet ontvangen op de in lid 2, sub b bedoelde laatste
dag van de betalingstermijn, dan is daardoor het lidmaatschap direct beëindigd.
Daarvan doet het hoofdbestuur mededeling: in deze mededeling dient in elk geval
te worden opgenomen:
16.3a Welk bedrag niet is betaald.
16.3b Op welke datum de eerste en op welke de tweede betalingsherinnering werd
verzonden (zie art. 3 lid 4 en dit art. lid 2).
16.3c Dat het lidmaatschap is beëindigd, waarbij de exacte datum nogmaals wordt
meegedeeld, waardoor alle rechten van het lid en zijn leden zijn verloren gegaan,
alle officiële plichten blijven bestaan.
16.3d Tegen opzegging kan in beroep worden gegaan bij de eerstvolgende
bondsvergadering die na het opzeggen van het lidmaatschap wordt aangehouden.
16.3e De opzegging wordt ingetrokken als het totaal verschuldigde, dat bedrag echter
verhoogd met een extra administratieve heffing gelijk aan 1 maal de
bondscontributie, alsnog wordt voldaan. Het intrekken van de opzegging heeft niet
tot gevolg dat de rechten worden toegekend die tijdens de periode liggen tussen
de datum van opzegging en de datum van het intrekken daarvan hadden bestaan,
als niet tot het opzeggen van het lidmaatschap was overgegaan.

Art. 17 Opzeggen van het lidmaatschap door het niet nakomen van
financiële verplichtingen aan het district
17.1 Het opzeggen van het lidmaatschap mag ingevolge de statuten van de Z.N.G.F.
alleen door het hoofdbestuur geschieden.
17.2 Het hoofdbestuur zal op verzoek van het desbetreffende District tot een opzegging
van het lidmaatschap overgaan, als het handelt op een zelfde wijze als is
omschreven in de artikelen 3 en 18. Bij dat verzoek moeten de kopieën van de in
aanmerking komende brieven worden toegevoegd, opdat het hoofdbestuur kan
nagaan dat conform het in het eerste lid bepaalde is gehandeld.

Art. 18 Overnemen van een door de Z.N.G.F.-vereniging
uitgesproken royement
18.1 Een door de Z.N.G.F.-vereniging uitgesproken royement wegens het jegens die
vereniging niet nakomen van financiële verplichtingen, kan door het hoofdbestuur
van de Z.N.G.F. geldend worden verklaard, mits die vereniging voldoet aan de in
de artikel gestelde eisen.
18.2 Voordat een Z.N.G.F.-vereniging een van haar leden wil royeren, dient zij dat lid
eerst mede te delen dat het nog aan de vereniging een bedrag dient te betalen,
alsmede wanneer dat bedrag – onder aangifte van de hoogte daarvan – moet zijn
voldaan. Geschied de betaling niet, dan dient de vereniging dat lid mede te delen
dat het lidmaatschap zal worden beëindigd als de betaling niet alsnog voor een
door haar aangegeven datum is voldaan. Is deze datum verstreken zonder dat de
gewenste betaling is ontvangen, dan dient de vereniging het lid mede te delen:
18.2a Welk bedrag niet werd betaald.
18.2b Dat, onder aangifte van de data, 2 maal een betalingsherinnering werd
toegezonden.
18.2c Het lidmaatschap is beëindigd, onder aangifte van de exacte datum.
18.2d Dat tegen de opzegging in beroep kan worden gegaan bij de eerst volgende
algemene ledenvergadering die na dat opzeggen zal worden gehouden.
18.3 Het hoofdbestuur verklaart de opzegging van de Z.N.G.F. verbindend als:
18.3a Zij daartoe van de Z.N.G.F.-vereniging een verzoek ontvangt. BI dat verzoek
dienen kopieën van de brieven als in lid 2 bedoeld te zijn gevoegd.
18.3b Ten tijde van het opzeggen van het lidmaatschap moeten de personalia van de
geroyeerde in de ledenadministratie van de Z.N.G.F. zijn opgenomen. Geschied de
opzegging in januari of februari, dan dienen de personalia in elk geval in de
ledenadministratie van de Z.N.G.F. van het direct voorafgaande kalenderjaar
opgenomen te zijn geweest.
18.4 Het feit dat iemand door een Z.N.G.F.-vereniging wegens het niet nakomen van
zijn financiële verplichtingen is geroyeerd, wordt tenzij het royement eerder op
verzoek van die vereniging wordt ingetrokken voor ten hoogste 10 jaar in de
ledenadministratie van de Z.N.G.F. vastgelegd.
18.5 Een royement door een Z.N.G.F.-vereniging wordt niet officieel gepubliceerd.
Blijkt dat een andere Z.N.G.F.-vereniging een geroyeerd lid heeft aanvaard, dan
deelt het hoofdbestuur het bestuur van die vereniging mede, dat betrokkene
eerder door een andere Z.N.G.F.-vereniging is geroyeerd en dat, tenzij hij zijn
schuld alsnog zal vereffenen, het ongewenst is hem het lidmaatschap van de
vereniging toe te kennen. Een kopie van deze mededeling wordt verzonden naar
het District waartoe de vereniging die een geroyeerde als lid wil aanvaarde,
behoort.
18.6 Het hoofdbestuur heeft nimmer het recht een vereniging te verbieden bepaalde
personen het lidmaatschap toe te kennen. Wil een vereniging iemand het
lidmaatschap toekennen, ondanks het feit dat het hoofdbestuur heeft laten weten
dat zij dat ongewenst acht, dan zou dat een reden kunnen zijn het Z.N.G.F.
lidmaatschap van die vereniging op te zeggen

 

 

 

 

Copyright © 2014 zngf. Alle rechten voorbehouden.
 
Goto Top