Tuchtrechtreglement

 Download pdf file >>>

Art. 1 Algemeen
1.1 De tuchtrechtspraak in de Z.N.G.F. geschiedt uitsluitend krachtens dit deel van
het huishoudelijk reglement.
1.2 Aan de tuchtrechtspraak van dit deel van het huishoudelijke reglement zijn
onderworpen:
1.2a De leden-verenigingen met hun aangeslotenen en de persoonlijke leden
1.2b Het hoofdbestuur, de eventuele Districten, daaronder begrepen hun organen,
commissies en de leden daarvan.
1.2c De in lid 3 genoemde natuurlijke personen en rechtspersonen die niet vallen onder
sub a. en b.
1.3 Natuurlijke personen en rechtspersonen, genoemd in lid 2 onder c. mogen niet in
de Z.N.G.F. actief zijn, dan nadat zij een schriftelijke verklaring hebben
ondertekend, zich te zullen onderwerpen aan dit tuchtrechtreglement.
1.4 Ingevolge dit tuchtrechtreglement kunnen ook straffen worden opgelegd, als ter
zake van dezelfde gedragingen door de justitie een strafvervolging is of zal
worden aangevangen of reeds enige straf is opgelegd of anderszins enige straf- of
tuchtmaatregel is genomen, daaronder begrepen een bestraffing of andere
tuchtmaatregel door een lid-vereniging, een arbiter of een andere functionaris.
1.5 Tot strafbaarheid is opzet, schuld, nalatigheid of onzorgvuldigheid vereist.

Art. 2 Strafbare Handelingen
2.1 Strafbaar krachtens dit reglement zijn:
2.1a Handelen of nalaten in de strijd met de statuten en reglementen,
wedstrijdbepalingen en/of besluiten van organen van de Z.N.G.F.
2.1b Overtredingen van besluiten van de algemene vergadering, van het hoofdbestuur
Z.N.G.F., van de Districtsbesturen of van de verenigingen.
2.1c Bedreiging of handgemeen.
2.1d Omkoping of poging daartoe.
2.1e Vervalsing wedstrijdformulier.
Het hiervoor vermelde geldt alleen voor zover desbetreffende statutaire
bepalingen, reglementen, of besluiten voor het plegen van de overtreding tot
stand waren gekomen, in werking getreden of bekend zijn gemaakt.
2.2 Overtredingen: Hieronder wordt mede verstaan het niet, niet tijdig, of
onvoldoende nakomen van verplichtingen.
2.3 Het tuchtrechtorgaan beslist zonodig tevens, of een reglement of een besluit
rechtsgeldig tot stand is gekomen of verbindend is.
2.4 Strafbaar volgens dit reglement zijn voorts:
2.4a Handelingen die naar Nederlands recht strafbaar zijn, gepleegd zijn tijdens, of in
verband met activiteiten van de Z.N.G.F., zijn Districten, zijn leden-vereniging,
alsmede van hun organen.
2.4b Onbehoorlijke behandeling in woord en daad van functionarissen, arbiters of
spelers.
2.5 Strafbaar krachtens dit reglement zijn verder, de gelegenheid en/of het aansporen
tot, het vergemakkelijken van of het behulpzaam zijn bij het plegen van een of
meer van de hiervoor genoemde strafbare handelingen.

Art. 3 Tuchtmaatregelen
3.1 Als tuchtmaatregel kan worden opgelegd:
3.1a Mondelinge waarschuwing.
3.1b Schriftelijke berisping.
3.1c Geldboete van ten hoogste € 50,00. Schorsing voor ten hoogste 12 maanden.
3.1d Verbod tot deelname aan wedstrijden van ten hoogste 24 maanden.
3.1e Het in mindering brengen van wedstrijdpunten.
3.1f Verloren verklaren van een wedstrijd of partij(en).
3.1g Ontzetting uit het lidmaatschap van de Z.N.G.F.
3.2 Ter zake van een strafbare handeling kunnen meerdere tuchtmaatregelen worden
opgelegd.
3.3 Tuchtmaatregelen kunnen geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.
Daarbij wordt een proeftijd vastgesteld van ten hoogste 36 maanden.
3.4 Handelingen in strijd met een bepaalde voorwaarde en gepleegd tijdens de
proeftijd, zijn strafbare handelingen waarop artikel 2 van toepassing is.
3.5 De beslissing of een voorwaardelijk opgelegde tuchtmaatregel alsnog
onvoorwaardelijk zal zijn, wordt genomen door het tuchtrechtorgaan dat de
voorwaardelijke tuchtmaatregel heeft opgelegd. Dit kan uitsluitend geschieden op
grond van het later plegen ven een strafbare handeling.
3.6 Gedurende een schorsing is het de geschorste verboden de rechten en
bevoegdheden aan het lidmaatschap van de Z.N.G.F. verbonden, of die hij als
aangeslotene heeft, uit te oefenen, behoudens de rechten van dit reglement.
3.7 Verplichtingen verbonden aan het lidmaatschap van de Z.N.G.F. of het
aangesloten zijn, blijven tijdens de schorsing onverkort voortduren, tenzij bij de
uitspraak anders wordt bepaald.
3.8 De voorzitter van het tuchtrechtorgaan is bevoegd, op verzoek van klager, in
ernstige gevallen en indien het belang van de Z.N.G.F., het District, of lidvereniging,
dit zeer wenselijk of noodzakelijk maakt, een lid-vereniging of een
aangeslotenen te verbieden in afwachting van de behandeling van de klacht,
rechten en/of bevoegdheden uit te oefenen of een functie te blijven bekleden. Een
zodanig verbod kan worden opgelegd voor een termijn van ten hoogste 30 dagen.
Het kan voor het einde van die termijn door de voorzitter van het
tuchtrechtorgaan geheel of gedeeltelijk worden opgeheven.

Art. 4 Tuchtrechtorgaan
4.1 Alle strafklachten worden beoordeeld en beslist door een van de volgende
tuchtorganen.
4.1a Districtsstrafkamer: verder D.S.K. genoemd / alleen indien er meerdere Districten
zijn.
4.1b Nationale strafkamer: verder Z.N.S.K. genoemd / Protestcommissie Z.N.G.F.
4.2 Tot lid van een tuchtrechtorgaan kunnen worden benoemd, personen die ten tijde
van hun benoeming tenminste 18 jaar en ten hoogste 65 jaar zijn.
4.3 De benoeming van de leden van een ZNSK geschiedt door het hoofdbestuur
Z.N.G.F.. De benoeming van een DSK geschiedt door het Districtsbestuur. Zo
spoedig mogelijk na een benoeming dient deze door de algemene vergadering te
worden bekrachtigd. In afwachting daarvan is een benoemde direct bevoegd.
4.4 Een tuchtrechtorgaan bestaat uit tenminste 3 leden en de voorzitter.
4.5 Het lidmaatschap van een tuchtrechtorgaan eindigt door:
4.5a Op eigen verzoek.
4.5b Ontheffing, uit te spreken door het hoofdbestuur op voordracht van het
desbetreffende tuchtrechtorgaan.
4.5c Ontheffing door de algemene bondsvergadering, of indien het een DSK betreft,
door de algemene Districtsvergadering.
4.5d Het niet nakomen van verplichtingen ten aanzien van het tuchtrechtorgaan.
4.6 Leden van een tuchtrechtorgaan die voordeel kunnen hebben van een bepaalde
beslissing, of rechtstreeks bij een protest betrokken zijn, mogen niet deelnemen
aan de behandeling van dit protest.
4.6a Indien er door welke omstandigheden dan ook, te weinig leden van een ZNSK
beschikbaar zijn, kan dit orgaan worden aangevuld met leden van het
hoofdbestuur.

Art. 5 Behandelingsbevoegdheid
5.1 Behoudens het hierna bepaalde is de DSK bevoegd, als klager en aangeklaagde
tot hetzelfde District behoren.
5.2 In de hierna genoemde en alle andere gevallen is de ZNSK bevoegd:
5.2a Klachten tegen leden van tuchtrechtorganen.
5.2b Klachten tegen het hoofdbestuur, het Districtsbestuur, door of namens deze
besturen ingestelde commissies, leden van deze besturen of commissies.
5.2c Klachten tegen de door de bondsvergadering ingestelde commissies en de leden
van deze commissies.
5.2d Klachten ter zake van delicten begaan tijdens wedstrijden op landelijke of
internationaal niveau.
5.2e Klachten tegen persoonlijke leden, natuurlijke personen en rechtspersonen
genoemd in artikel 1 lid 2 sub c.
5.3 Is de voor de behandeling van de klacht DSK niet ingesteld, of telt deze ten tijde
van de indiening van de klacht te weinig (is minder dan 3) leden, dan wijst de
voorzitter van de ZNSK –al dan niet op het verzoek van het desbetreffende
Districtsbestuur- een andere DSK aan. De procedurekosten komen in een dergelijk
geval voor rekening van het District van welke de DSK de procedure had moeten
voeren.
5.4 Wordt een klacht ingediend bij een tuchtrechtorgaan dat niet bevoegd is, dan
verwijst het die klacht naar een tuchtrechtorgaan dat wel bevoegd is. De in artikel
6 genoemde termijnen tellen vanaf het moment dat de klacht is verstuurd (datum
poststempel).

Art. 6 Rechtsgang in eerste instantie (behandeling van een klacht)
6.1a Ieder die meent, dat een strafbare handeling is gepleegd als bedoeld in dit
reglement, kan daarover een klacht indienen bij de voorzitter van het
tuchtrechtorgaan dat op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 of 2 bevoegd is.
6.1b De klacht moet schriftelijk worden ingediend en dient zo nauwkeurig mogelijk
omschreven te worden.
6.1c Indien de klacht voortvloeit uit het wedstrijdgebeuren, dient de klacht binnen 5
dagen te worden ingediend.
6.1d Indien de klacht gericht is tegen een persoon, dan dient deze uiterlijk 30 dagen na
het delict of het vermoeden daarvan, ingediend te worden.
6.2a Binnen 30 dagen na ontvangst van de klacht door de voorzitter, vindt de
mondelinge behandeling plaats.
6.2b Klager en aangeklaagde worden tenminste 10 dagen voor de mondelinge
behandeling schriftelijk opgeroepen.
6.2c De aangeklaagde ontvangt tegelijktijdig met de oproep een afschrift van de klacht
en de daarbij behorende stukken.
6.3 Zowel klager als aangeklaagde hebben het recht getuigen naar de mondelinge
behandeling mee te nemen. De kosten dezes zijn voor eigen rekening.
6.4 De voorzitter van het tuchtrechtorgaan, of een door hem aangewezen persoon
verzamelt de gegevens, die hem ter beoordeling van de klacht dienstig
voorkomen.
6.4a Iedereen is verplicht alle gevraagde gegevens, stukken of inlichtingen, waarover
hij beschikt, onverwijld te verschaffen.
6.5 Op elk moment van de behandeling kan het tuchtrechtorgaan, als het van oordeel
is dat de klacht kennelijk ongegrond, of geen strafbare handeling betreft,
beslissen dat verder geen gevolg aan de klacht zal worden gegeven.
6.6 Een getuigen kan zich als zodanig aan het meewerken aan de behandeling van
een klacht onttrekken, als hij tot in de tweede graad familie van de aangeklaagde
of klager is (verschoningsrecht).
6.7 Is/zijn klager en/of aangeklaagde niet verschenen, dan gaat het tuchtrechtorgaan
na, of zij behoorlijk zijn opgeroepen. Is dit het geval, dan wordt de klacht buiten
zijn aanwezigheid behandeld.
6.8 Getuigen zijn verplicht naar waarheid te verklaren, alsmede indien dit verlangd
wordt, ter bevestiging een zakelijke schriftelijke verklaring van hun handtekening
te voorzien. Weigert een getuige genoemde verklaring van zijn handtekening te
voorzien, dan wordt deze buiten beschouwing gelaten.
6.9 Het tuchtrechtorgaan grondt zijn beslissingen uitsluitend op de verklaring en de
stukken, genoemd in dit reglement.
6.10 Binnen 30 dagen na de mondelinge behandeling doet het tuchtrechtorgaan
uitspraak.
6.11 Oordeelt het tuchtrechtorgaan de klacht ongegrond, dan spreekt het tevens de
aangeklaagde vrij.
6.12 Van de uitspraak wordt onverwijld een exemplaar gestuurd aan:
* Klager
* Aangeklaagde
* Districtsbestuur
* Betrokken vereniging

Art. 7 Rechtsgang in de tweede instantie
Art. 7 is alleen van toepassing als de Z.N.G.F. uit meerdere Districten bestaat.
7.1 Alleen klager en aangeklaagde kunnen in beroep gaan tegen een uitspraak van
een tuchtrechtorgaan, echter binnen 14 dagen nadat de uitspraak is ontvangen.
Dit dient te geschieden door het verzenden van een schriftelijk stuk aan de
voorzitter van de ZNSK.
7.2 Door het instellen van een beroep wordt de tenuitvoerlegging van een opgelegde
strak niet opgeschort.
7.3 De voorzitter van de ZNSK kan echter beslissen dat van het voorheen in lid 2
genoemde geheel of gedeeltelijk zal worden afgeweken.
7.4 Tegen een beslissing van de ZNSK is geen beroep mogelijk.

Art. 8 Herziening
8.1 De aangeklaagde, aan wie een tuchtmaatregel is opgelegd waartegen geen beroep
meer mogelijk is, kan daarvan een herziening verzoeken op grond van feiten of
omstandigheden die bij de behandeling niet bestonden, of niet ter kennis van het
tuchtrechtorgaan of de beroepsinstantie waren gekomen.
8.2 Het verzoek tot herziening moet schriftelijk worden ingediend bij de voorzitter van
het tuchtrechtorgaan dat in laatste instantie uitspraak heeft gedaan. Een afschrift
van de uitspraak waarover de herziening wordt verzocht, dient te worden
bijgevoegd.
8.3 Het bevoegde tuchtrechtorgaan kan het verzoek tot herziening ongegrond
verklaren, als blijkt dat de juistheid van gegevens, feiten of omstandigheden, als
bedoeld in lid 1 niet kan worden aangetoond, danwel het van oordeel is dat het
niet aannemelijk is dat geen of een lichter tuchtmaatregel zou zijn opgelegd, als
de feiten bij het opleggen van de aangevochten tuchtmaatregel wel bekend waren
geweest.

Art. 9 Gratie
9.1 Het hoofdbestuur kan – echter niet voor zichzelf of een lid van haar, noch voor
een Districtsbestuur of een lid daarvan – na het inwinnen van advies bij het
tuchtrechtorgaan dat een tuchtmaatregel heeft opgelegd, daarvan gratie verlenen.
9.2 Gratie kan worden aangevraagd: door de gestrafte, door een derde, als de
tuchtmaatregel is opgelegd door een DSK of door het desbetreffende
Districtsbestuur, danwel op eigen initiatief door het hoofdbestuur.

Art. 10 Tenuitvoerlegging van tuchtmaatregelen
10.1 Een ieder is binnen het kader van zijn bevoegdheden verplicht ervoor te zorgen of
er op toe te zien, dat opgelegde tuchtmaatregelen worden uitgevoerd en
nageleefd.
10.2 Het niet nakomen van deze verplichting is een strafbare handeling als bedoeld in
artikel 2.

Art. 11 Slotbepaling
11.1 De procedurekosten voor de behandeling van een klacht of protest door de ZNSK
bedragen € 25,00 plus de administratie en portokosten. Betalingen ter voldoening
aan een veroordeling in de procedurekosten, dienen binnen 14 dagen te worden
voldaan bij de penningmeester van de Z.N.G.F.. De vervaltermijn begint vanaf het
moment dat de uitspraak is verzonden.
11.2 Een eenmaal op gang gebrachte procedure wordt voortgezet, ook al zegt de
aangeklaagde zijn lidmaatschap bij de Z.N.G.F. op, of indien het een natuurlijk
persoon is, het lidmaatschap van zijn vereniging. Ten aanzien van de
tenuitvoerlegging van een opgelegde tuchtmaatregel geldt, dat de gestrafte uit
dien hoofde de verplichtingen van een ander lid of aangeslotenen van de Z.N.G.F.
blijft behouden.

 

 

Copyright © 2014 zngf. Alle rechten voorbehouden.
 
Goto Top